Computers en internet zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. De Generatie Z, de jongeren die rond 2000 op de wereld kwamen weten niet beter. Als het ware met de smartphone in hun hand geboren, kunnen zij met gemak diverse informatiestromen verwerken.

Een proefwerk of tentamen leren met tegelijkertijd op de achtergrond een Netflix serie, muziek aan en ook nog instagrammen en whatsappen, is voor hen dagelijkse kost. Ze worden ook wel de digital natives genoemd. Ze weten als geen ander grote hoeveelheden informatie te filteren en het relevante eruit te halen. Multitasken kunnen ze als geen ander. Ze zijn ondernemend, willen leren en dromen van eigen bedrijfjes, ‘startups’ en werken daar ook naartoe. Niet voor niets zijn studies die met science, technology, engineering en mathematics (STEM-traject) meer en meer favoriet, ook onder meisjes. Op sommige middelbare scholen wordt zelfs STEM of soms STEAM (arts wordt hier nog aan toegevoegd) onderwijs gegeven om zo de leerling op zijn toekomst voor te bereiden.

Het gaat niet meer om te leren door te herhalen en te reproduceren maar juist oplossingsgericht en interactief kennis te ontdekken, te onderzoeken en fouten durven te maken.

Niet verrassend is dat studies als kunstmatige intelligentie, informatica en informatiekunde goed scoren als geliefde opleidingen onder de studiekiezer van nu.

Maar wat zijn nou globaal de verschillen tussen deze studies?

Bij Kunstmatige Intelligentie  gaat het erom dat computers taken uitvoeren waar normaal een menselijk brein voor nodig is. Naast het programmeren komt daarbij ook psychologie, filosofie, taalwetenschap, informatica en informatiekunde kijken. Wiskunde en logica zijn een belangrijk onderdeel van de studie. Het heeft ook een praktisch aspect: je gaat zelf computerprogramma’s ontwikkelen. Universiteiten leggen het accent op verschillende facetten van de studie.  Zo wordt bij de VU toepassingen in de medische wetenschap en psychologie benadrukt en in Groningen de taalwetenschap, programmeren, handschriftherkenning en cognitief modelleren.

Met wiskunde A word je toegelaten maar de wiskunde is niet eenvoudig.

Informatica is de wetenschap die zich bezighoudt met alle onderdelen van computersystemen en netwerken, zowel theoretisch als toegepast. Dus je ontwikkelt zowel de theoretische kennis van wiskunde en logica en doe je praktische kennis op van het programmeren en ontwerpen. Uiteindelijk kan je automatiseringssystemen voor bedrijven bouwen, serious games ontwerpen die in verschillende werkvelden gebruikt kunnen worden. In Utrecht kan je een dubbele bachelor halen: informatica met wiskunde of met informatiekunde. Voor informatica moet je wiskunde B in je pakket hebben.

Informatiekunde richt zich op de studie van informatie- en communicatieprocessen en op de rol die ICT (informatie- en communicatietechnologie) daarbij kan spelen. De studie is breed en heeft raakvlakken met informatica, bestuurs-en organisatiekunde, cognitie- en communicatiewetenschappen. Per universiteit verschilt het of de focus meer ligt op technologie en programmeertalen, of op de sociaalwetenschappelijke kant van informatie, management, implementatie of projectmanagement.

Met wiskunde A word je toegelaten.

Via deze link nog een handig overzicht om de 3 bacheloropleidingen schematisch te vergelijken.